UBA logo
RST banner
RST logo

Informatie Radioamateurs
Geschiedenis van het radioamateurisme

Op het einde van de 19de eeuw toonde Duitse wetenschapper Hertz het bestaan van de elektromagnetische golven aan (Karlsruhe, 1887) en enkele jaren later bewees de Italiaan Marconi dat men met het nieuwe medium 'radio' beduidende afstanden kon overbruggen.

In 1899 wordt het Kanaal overbrugd en op 12 december 1901 is de eerste transatlantische radioverbinding een feit.

In dezelfde periode beginnen de eerste 'amateurs' zich voor dit nieuwe medium te interesseren. De eerste radioamateur experimenten in België dateren waarschijnlijk uit 1910 als Paul De Neck zijn eerste zendproeven uitvoert.

Slechts weinigen hadden de mogelijkheid om zelf uitzendingen te verrichten en daarom hadden de meeste amateurs vooral belangstelling voor het bouwen van hun ontvangers en het beluisteren van de telegrafische weerberichten en de eerste telefonieuitzendingen.
In de jaren 20 ontwikkelde de radiotechniek zich verder en steeg het aantal zendamateurs. Maar naarmate het commerciële belang van dit nieuwe medium duidelijk werd groeide het aantal zendstations en was er nood om het beschikbare frequentiespectrum te verdelen op een internationale conferentie.
Op dat ogenblik was men van oordeel dat enkel de lange golven een praktisch nut hadden en werden de radioamateurs 'verbannen' naar de 'nutteloze' korte golven. De meeste amateurs lieten zich hierdoor niet ontmoedigen en begon te experimenteren op kortegolf. Ze kwamen tot de vaststelling dat men op kortegolf met bescheiden middelen toch grote afstanden kon overbruggen en op 28 november 1923 verbaasden de Fransman Deloy en de Amerikaan Schnell de wereld door als eerste op kortegolf een transatlantische verbinding tot stand te brengen. De amateurs hadden iets verwezenlijkt wat de proffesionals voor onmogelijk hielden. Hierdoor verwierven de radioamateurs heel wat respect en werden ze in 1927 erkend als officiële radiodienst, maar gelijktijdig moesten ze een groot deel van 'hun' kortegolfgebied afgeven aan de commerciële diensten.
Op het einde van de jaren 30 neemt de activiteit van de radioamateurs af omwille van de dreigende oorlog, in België is er een zendverbod vanaf augustus 1939. Heel wat radioamateurs stellen hun kennis ten dienste van het land en werden bij de mobilisaties opgenomen in het transmissiekorps. Ze mochten er hun eigen apparatuur gebruiken, die meestal doeltreffender was dan het legermateriaal. Ook tijdens de bezetting waren verschillende amateurs actief als radiotelegrafist in het verzet.
Na de tweede wereldoorlog hernemen de radioamateurs hun activeiten en maken dankbaar gebruik van het grote aanbod aan militair 'surplus materiaal'. Dit materiaal wordt omgebouwd tot zenders en ontvangers voor de amateurbanden of wordt gesloopt en de bruikbare onderdelen worden gebruikt om nieuwe toestellen mee te bouwen. De radioamateurs blijven ook de nieuwste ontwikkelingen van de techniek op de voet volgen en vaak gebruiken de radioamateurs bepaalde technieken jaren voordat ze ook commercieel toegepast worden. Een voorbeeld hiervan is de omschakeling van amplitude-modulatie (AM) naar de enkel-zijband techniek (EZB). Met deze techniek maakte het mogelijk om de efficiëntie van een zendstation beduidend te verhogen, waarvan de radioamateurs dankbaar gebruik maakten vele jaren voordat deze techniek zijn intrede deed bij andere diensten zoals de maritieme radio.
Ook de evolutie in de ruimtevaart boeide veel amateurs en ze zagen de mogelijkheden van telecommunicatiesatellieten snel in. Reeds in 1961 werd door de NASA de eerste radioamateursatelliet met succes gelanceerd, de start van het OSCAR programma (Orbitting Satellite Carying Amateur Radio). Sindsdien zijn meer dan 50 radioamateursatellieten in een baan rond de aarde gebracht. Een deel had wetenschappelijke experimenten aan boord, maar de meesten hadden transponders (relaisstations) die wereldwijde communicatie mogelijk maakten. Ook Belgische radioamateurs hebben deelgenomen aan de ontwikkeling van verschillende satellieten.
Toen de eerste mini-computers op de markt kwamen openden die weer een nieuwe wereld voor de amateurs. Reeds in de jaren 70 werd een systeem ontwikkeld waarmee men computers via zenders met elkaar kon verbinden en informatie uitwisselen. Zo onstond er een wereldwijd radionetwerk waarmee men via de computer berichten kon uitwisselen. Vele jaren voordat internet en e-mail voor het grote publiek toegankelijk waren hadden de radioamateurs reeds een efficiënt netwerk opgebouwd onder de benaming 'packet-radio'.
Veel electronica- en telecommunicatiebedrijven werven bij voorkeur radioamateurs aan omdat ze weten dat deze goed op de hoogte zijn van de nieuwste technieken.
Deze drang naar het nieuwe, die het radioamateurisme tot op heden karakteriseert, is één van de eigenschappen die het bestaansrecht van de radioamateurs waarborgt. Want door de ruime toegang tot het frequentiespectrum en vrijheid om te experimenteren hebben de radioamateurs bij de toepassing van verschillende nieuwe technieken een pioniersrol gespeeld.
U kan ons elke woensdag en vrijdag,
vanaf 20u, bezoeken in het hobbylokaal:

Campus Saffraanberg
Kazerne Kolonel Vlieger Renson
Blok 13 lokaal A -1.42
Luikersteenweg 371
3800 Sint-Truiden

Vind onze locatie m.b.v. dit  stratenplan .
Woensdagavond:
knutselen, meten, solderen enz.

Vrijdagavond:
activeren van het radiostation ON4RST of vergadering op de 1ste vrijdag van de maand.

Clubfrequentie: 145,275 MHz (FM)
Best bekeken met een min. resolutie van
1024x768 en IE8 of hoger.

© RST en RST vzw

Contact